Wijs, Willem Joseph Nicolaas (Willem)
Geboren te Den Helder op 14 september 1889 als zoon van hoofdingenieur van de marine Francois Stephanus Christiaan Marinus de Wijs (Den Haag 27 juni 1851-Amsterdam 11 augustus 1918) en Maria Francisca Elisabeth Boele (Amsterdam 26 december 1855-24 augustus 1923). Hij huwde te Singapore op 1 juni 1917 met de onderwijzeres Frederika Louise Wilhelmina (Lucie) van Roggen (Nieuwer Amstel 2 september 1893). Wijs kwam uit een katholiek gezin, dat afwisselend in Amsterdam en Den Helder woonde. Van september 1899 tot oktober 1905 woonde het gezin in Hellevoetssluis. Willem Wijs woonde vanaf 1903 tot 1906 in Bergen op Zoom en daarna in Amsterdam, waar hij in 1908 het diploma behaalde van de Bijzondere Handelsschool M.O. Hij werd een Indiëganger, in 1918 woonde hij met zijn vrouw in Pematang Siantar te Sumatra. Op 11 september 1915 stapten ze op dezelfde boot (Jan Peterszoon Coen) vanaf Amsterdam naar Nederlands-Indië. In december 1918 promoveerde hij van eerste assistent van het Rubberland Boekit Maharadja tot administrateur van het Rubber- en Koffieland Bangoen in Deli. Hij volgde daar een Duitser op die vanwege de oorlog en zijn nationaliteit was ontslagen. Op 1 juli 1929 vertok het gezin terug naar Nederland. De inboedel werd verkocht waaronder een salonvleugel, houten meubels, croquetspel, tennisnetten en een Studebaker (iconische Amerikaanse auto). Na zijn koloniale werkzaamheden werd Wijs voluntair ter secretarie in de gemeente Oisterwijk van 1 december 1931 (kwam met vrouw van Brussel) tot 12 september 1934. Hij zou door burgemeester Verwiel geschoold worden in de gemeenteadministratie. In mei 1933 werd hij tevens secretaris-penningmeester van de de streekplancommissie de Meierij. Hij vertrok in september 1934 naar Heusden waar hij tot burgemeester was benoemd (1934-1937). Vervolgens volgde benoeming tot burgemeester van Schijndel (1937-1952). Hij was ook secretaris van Brabants Landschap. Hij overleed te Boekel op 7 september 1958, van het overlijden werd aangifte bij de gemeente Boekel gedaan door een 'gestichtsagent'. Waarschijnlijk verbleef Wijs daar in het gasthuis voor 'bejaarden' St.-Petrusgesticht. |