Wierdsma, Petrus Emilius (Piet)

Piet Wierdsma

Geboren te Nuland op 26 december 1765 als zoon van Rombertus Anneus Wierdsma (Leeuwarden 28 september 1738-Geffen 28 oktober 1812), drossaard van de heerlijkheid Nuland en Geffen sedert ongeveer 1763 en vanaf 1807 schout-civiel van Nuland, en Maria Francisca Beresteijn (Meenen 1 januari 1731-Nuland 29 december 1806). Hij huwde op 11 augustus 1803 te Baardwijk met de daar wonende Maria Elisabeth Leemans (gedoopt te Jaarsveld 28 maart 1773, overleden te Nuland 15 september 1805), maar zij stierf al kort daarna. Hij hertrouwde op 17 februari 1807 te Oisterwijk met de daar wonende Walradina Christina Petronella Schreuder (Cleef 5 oktober 1778-Oisterwijk 29 mei 1849), met wie hij vier kinderen kreeg. Zij was van adellijke afkomst en de achternicht van Jan Roeland van Hasselt, de secretaris van dorpen Haaren, Berkel, Enschot en Heukelom.

Na de dood van Van Hasselt (15 december 1809) trok Wierdsma naar Oisterwijk om te pogen de plaats van de overleden secretaris op te vullen. Hij kocht een lang smal wit huis gebouwd in U-vorm en gelegen tussen De Lind en de Voorste Stroom. Hij werd tijdelijk secretaris van de dorpen, was dat in elk geval tot 1813 (Berkel) en 1821 (Haaren). Vanaf 1811 was hij ook klerk op de griffie van het vredegerecht kanton Oisterwijk. Na het overlijden van de griffier werd hij in diens plaats benoemd (tot 1830). Als diaken en ouderling was hij betrokken als weldoener bij de bouw van de in 1810 geopende hervormde kerk. Hij werd in 1814 vice-burgemeester en in 1824 assessor (wethouder). Hij volgde op 27 september 1824 Folkert Rijpperda op als schout-civiel (toen deze naar Doetinchem vertrok) en werd daarmee burgemeester. Wierdsma bleef tevens notaris. In 1829 kwam er kritiek op zijn optreden als burgemeester tegen petities die met name in de zuidelijke Nederlanden grif werden ondertekend en waarin koning Willem I bekritiseerd werd vanwege zijn pogingen de persvrijheid te beteugelen en het ontbreken van vrijheid van onderwijs voor katholieken. In manifesten, aangepalkt op de katholieke kerk en in de herbergen, waarschuwde Wierdsma tegen het tekenen van dergelijke petities. Een briefschrijver in de Noord-Brabander van 31 december 1929 omschreef zijn daden zelfs als 'burgemeesterlijke inkwisitie'. In 1832 nam hij ontslag als burgemeester en werd opgevolgd door Hendrik Vogels. Hij bleef notaris. Als administrateur en rentmeester van het landgoed De Hondsberg (eigenaar Jan Hendrik van Lynden) verzorgde Wierdsma de grondaankopen en houtverkopingen. Hij overleed te Oisterwijk op 25 november 1837.

Literatuur: Frans van Iersel, ‘De Wierdsmabank aan het Kolkven tussen Oisterwijk en Moergestel’, De Kleine Meijerij 52 (2001) 81-97.