Wekker, Paul LouisGeboren te Paramaribo op 18 oktober 1913 op het adres Zwartenhovenbrugstraat B 177 b, als zoon van onderwijzer Charles Louis Wekker (Paramaribo 13 februari 1886-overleden voor 7 februari 1952) en Paulina Frederika Anie Tjie-Ngie (Paramaribo 8 september 1888-23 juli 1935). Hij huwde op 27 maart 1940 te Amsterdam met Jantiena van Dijk (Amsterdam 30 oktober 1917), met wie hij in de oorlogsjaren in Oisterwijk een dochter (Mary, Oisterwijk, november 1940) en een zoon (Paultje) kreeg. Het huwelijk werd op 3 april 1950 te Amsterdam ontbonden. Later trouwde hij met de Molukse Maria Augustina (Ietje) van Enst (Amboina/Ambon 6 maart 1928-Vlaardingen 28 november 2000), met wie hij in Nederland elf kinderen zou krijgen. Hij had haar leren kennen tijdens de Indonesische bevrijdingsoorlog. Hij werd na vergelijkend examen in november 1931 toegelaten tot de Geneeskundige School te Suriname, waar hij in mei 1935 de akte van bevoegdheid als geneeskundige behaalde. Op 23 januari 1937 kwam hij met het stoomschip Cottica aan in Amsterdam. Hij studeerde er geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, hij slaagde in september/oktober 1937 voor zijn doktoraal examen en in januari 1939 voor het artsenexamen. In december 1939 werd hij er tot arts bevorderd. Sedert 2 juli 1940 gevestigd in Oisterwijk als geneesheer (Kerkstraat A7, nu nr. 13). Hij had een jonge doch vooruitgaande praktijk. Op 13 maart 1941 werd hij door de gemeenteraad benoemd tot gemeentearts. Uit het oorlogsdagboek van Martien van de Weijer blijkt dat de Raad van Verzet Oisterwijk contact had met verpleegster Tiny Wekker-van Dijk, de vrouw van de dokter. Op 13 mei 1945 zal Van de Weijer Tiny zelfs met de motor naar Amsterdam brengen. Volgens Van de Weijer zat dokter Wekker ook in het verzet. In februari 1945 staakte Wekker zijn praktijk en vertrok - na enige tijd - naar Australië en Indonesië. Hij werkte er als arts voor het Australische leger in Indonesië. In mei 1946 woonde hij te Makassar/Celebes. In april 1947 was zijn vrouw Tiny echter al weer teruggekeerd naar Amsterdam. Zijn Oisterwijkse praktijk werd voortgezet door dokter W. Rijken. In de zomer van 1949 verbleef hij voor familiebezoek enige tijd in Suriname en liet zich vervolgens in Curacao registreren als geneeskundige. Van 1950 tot 1991 was hij huisarts in Maassluis. In mei 1951 solliciteerde hij naar assistentschap bij het havenziekenhuis van het instituut voor tropische geneeskunde te Rotterdam. In de jaren vijftig was hij voorzitter van het plaatselijke ziekenfonds te Maassluis. Ook was hij enige tijd keuringsarts voor het politiekorps. In zijn spreekkamer was het een rommeltje. Hij las er rustig de krant - hield die hoog, zodat je hem niet zag zitten - en dan voerde hij nog een gesprek met je. De Telegraaf vond hij slecht, maar juist weer goed met het medische nieuws. Daarom las hij die krant. Hij en zijn tweede vrouw leerden hun kinderen en kleinkinderen dat ze zich het beste maar konden aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Een kleindochter in het Algemeen Dagblad: 'In de "witte" Europese cultuur stond je als vrouw volgens mijn opa twee stappen achter. Je bent vrouw en je bent gekleurd. Dus gedraag je zo wit mogelijk. Een tante had ’s zomers altijd een paraplu bij zich die ze opstak, zodra de zon scheen. Want hoe witter je bent, hoe beter je kansen zijn.' Paul Louis Wekker overleed op 1 september 2008 te Maassluis, waar hij op 8 september werd begraven. |