Was, Conradus

Geboren mogelijk te Brussel en neef van Petrus Was. Reguliere kanunnik St. Augustinus in abdij St. Geertrui te Leuven. Benoemd tot pastoor van Oisterwijk in 1553 als opvolger van zijn neef, wanneer hij echter tevens een studie aanvangt aan de Leuvense Hogeschool. Aanvankelijk zal daarom de zielzorg zijn verricht door een vice-cureit, als hoedanig in 1553-1558 heer Gerit Kepken wordt genoemd. In 1555 verschijnt heer en meester Coenraedt Was evenwel in propere persoon voor de schepenen van Oisterwijk. Sedertdien is dat herhaaldelijk het geval, voor het laatst op de 8ste mei 1569, wanneer heer en meester Frans Goossens van der Borcht wordt aanvaard als altarist. Coenraedt Was wordt dan “pastoir” genoemd. In de periode 1569-1579 was hij pastoor van Helvoirt. Hij overleed volgens Huijbers in 1579, maar in de Nicolaaskerk te Helvoirt hangt een overzicht met pastoors en wordt 1580 genoemd.

Literatuur: A. Huijbers, Oud Oisterwijk (Oisterwijk 1923).