Stroucken, Jacobus Aloysius (Jacques)
Geboren op 29 december 1929 te Hintham als zoon van de huisschilder Petrus Aloijsius Johannes (Louis) Stroucken (Hintham 24 augustus 1891) en Huberta Adriana van Hoorn (Boxtel 3 november 1893-Eindhoven 12 oktober 1972). Jacques groeide op in een groot katholiek gezin met negen kinderen. De zeven jongens in het gezin sliepen op één slaapkamer met drie tweepersoonsbedden en een enkel bed voor de eventuele bedplasser. Jacques had meer affiniteit met zijn zwijgzame vader dan met zijn intelligente, kordate maar ook dominante moeder. Echter de leeshonger had hij van zijn moeder. Hij huwde in 1967 met Riky Kieboom (1943), waarmee hij een zoon en een dochter kreeg. Jacques en Riky zijn in 1996 gescheiden. Jacques Stroucken werd seminarist (Langeweg, kapucijnen) en na de oorlog, het seminarie van de paters was door oorlogsgeweld verwoest, studeerde hij op het landhuis Beresteyn in Voorschoten. Hij schreef gedichten in het schoolblad VITA. De kostschool was streng, maar Jacques had er goede herinneringen aan. Stroucken behaalde in Voorschoten het staatsexamen gymnasium A in juli 1950. Na zijn studie werd hij bekend onder zijn paternaam Manfred. In 1957 volgde zijn priesterwijding. Stroucken begon zijn loopbaan als leraar Latijn en Grieks op het Pauluslyceum in Tilburg. Vervolgens werd hij leraar (classicus) aan het Sint Oelbertgymnasium van de paters in Oosterhout. In 1988 verzorgde hij de eindredactie van een geschiedenisboek over het gymnasium van de paters. Hij was al in de jaren zestig uitgetreden en woonde met zijn gezin in Moergestel. Hij werd daar vooral bekend als dichter. In 1994 won Jacques Stroucken met het gedicht ‘Opa’ de eerste prijs op het Dialectfestival in Lieshout. In datzelfde jaar bracht hij een bundel (Toemethooi) vol dartelende verzen uit, met een ‘Ode aon Gessel’ erin. Hij publiceerde onder het pseudoniem Jodocus zijn dialectgedichten in Moergestel Nieuws. Hij schreef ook ander werk (De avonturen van Tobias Stekelbaars voor kinderen; dierenversjes in de traditie van Cees Stip; heemkundige artikelen). Het meest trots was Jacques op zijn optreden als zondagsdichter in de finale van het TV-programma 'De strijd om de gouden lier' (1 juni 1980) gepresenteerd door Koos Postema en waarin Stroucken aan één tafeltje met Jan Terlouw zat. Hij had een belangrijke hand in het jubileumboek over de Moergestelse harmonie en hij was jarenlang voorzitter van hengelsportvereniging De Rietvoorn. Hij was correspondent voor het Nieuwsblad van het Zuiden, 'Oppersauweleer' van Moergestel en in de jaren negentig, afkomstig van de lijst Betsie Denissen, de laatste parlementaire vertegenwoordiger van de Sociale Partij Moergestel (SPM) in de Moergestelse raad, tot deze gemeente per 1 januari 1997 bij Oisterwijk gevoegd werd. Na zijn scheiding verhuisde hij in 1996 naar Oisterwijk (Tilburgseweg), waar hij lid werd van GroenLinks. Jacques Stroucken overleed op 26 februari 2005 te Oisterwijk aan de gevolgen van een hartinfarct. Hij werd begraven op het kerkhof van de Petruskerk te Oisterwijk. Enkele versregels van hem staan op de 'eerste' steen van de nieuwbouw van Den Boogaard in Moergestel. We eindigen deze biografie met enkele regels uit zijn gedicht 'Ode aon Gessel':
De boeren in Gessel
zèn van un goei sort,
en de vèrkes die
zèn naovenaant;
die meste ze groot
vur de vleesexport,
mar de zèk giete ze
over ut laand.
En as dan de wènd
naor ut durp toe wèjt
dan geniet ik die
Gesselse geur;
mar in ‘t
bungalowpark zegt mevrouw: Adelhèt,
s’il vous plaît,
sluit je even de deur?
|