Rompelman, AlbertusGeboren op 5 november 1876 te Ambt (Almelo) als zoon van kantoorbediende Thomas Heilwig Rompelman (Deventer 26 juli 1846-Hilversum 16 mei 1925) en Aaltje Mellink (Zutphen 1 april 1848-Amsterdam 30 november 1913). Hij woonde in Hillegom en vervolgens in september 1904 in Katwijk. Hij huwde op 8 juni 1905 in Hellendoorn als 'kantoorbediende'met Maria Johanna Alida van Kooij (Nieuwleusen 20 april 1877-Zeist 26 juni 1948), met wie hij drie zonen en drie dochters kreeg. Het gezin woonde tot 1910 in Katwijk, waar hij boekhouder was. In 1911 naar Scheveningen en vertrok in 1912 vanuit Den Haag naar Zaandam. Rond 1920 woonde de familie in Tilburg en was Albertus procuratiehouder bij de firma L.E. van den Bergh en woonachtig aan de Ringbaan Oost. Hij kwam vanuit Tilburg naar Oisterwijk, waar hij woonde van 13 augustus 1934 tot 5 januari 1942, o.a. Klompven D319 (villa Esplanade) en 'Idylle' (1941). Hij was de eerste voorzitter van de op 16 januari 1936 opgerichte Oisterwijkse afdeling van het Rode Kruis. Was lid van de NSB en actief in het bestuur van de Oisterwijkse Schoolvereniging en als ouderling binnen de Hervormde Gemeente. Na de kerkdienst van 2 juni 1940 (de antimilitaristische Krijn Strijd was toen dominee te Oisterwijk) diende ouderling Rompelman zijn ontslag in vanwege ‘laster tegen de NSB’ (door Strijd). Rompelman was in de oorlog actief in de Winterhulp en de Nederlandsche Volksdienst. Hij vertrok in 1942 naar Zeist. Hij overleed op 24 april 1961 te Woerden en werd evenals zijn vrouw te Zeist begraven. |