Roeloffzen, Rozalia FemiaGeboren te Son en Breugel op 25 februari 1840 als dochter van Gerardus Hermanus Roeloffzen (Vorden 10 april 1791-Son en Breugel 5 november 1850) en Geertruida van de Kerkhof (10 december 1800). Zij huwde op 20 mei 1869 te Son en Breugel met Joannes (Jan) Sanders (Son en Breugel 3 december 1830-Oisterwijk 12 juli 1872) met wie zij twee zonen en een dochter (Johanna, Oisterwijk 15 mei 1872) kreeg. Na de dood van haar man stond ze in Oisterwijk al snel bekend als ‘vrouwke Sanders’. Zij en haar man werden in mei 1869 exploitanten van het logement en uitspanning De Zwaan gelegen aan het Marktveld (later hotel De Linde, pastorie Joannesparochie en galerie). De krantenadvertentie boven dit lemma is uit 1870. Het logement werd eerder gedreven door Hendrik van Alphen (in elk geval in de jaren 1853-1856) en diens schoonzoon Johannes W. Sars. En nog eerder, in 1841, was het al een herberg van Hendrik Vogels, tevens burgemeester). Voordat de naam De Zwaan in gang kwam, werd de naam In den Helm gebezigd. De familie Sanders kon het pand voor vijf jaar huren van eigenaren, de familie Wellenbergh. Maar 1872 werd een rampjaar. Jan Sanders over leed in juli en hin zeven maanden oude dochtertje overleed in december. Maar de weduwe Sanders-Roeloffzen ging in 1873 in haar eentje door met De Zwaan. Weliswaar was in 1875 Mathijs Kaatee (Abcoude 1832) uitbater van De Zwaan geworden, nadat hij het had laten verbouwen tot een familiehotel met kamers. Maar Rozalia Roeloffzen had niet stil gezeten en was verderop aan het Marktveld eigenaar geworden van een pand van brievengaarder (en later gemeentesecretaris) Willem van Roessel (1814-1891), dat al diende als café met terras (het huidige pand De Swaen aan De Lind, deze locatie was al in de zeventiende eeuw als herberg in gebruik onder de namen In de Swaen, De Drie Gekroonde Swaenen en De Drie Swaentjes). De wekelijkse eiermarkt vond voor het café plaats. In 1891 exploiteerde vrouwke Sanders ook de uitspanning De Hondsberg. Haar zoon Gerardus Hermanus Judocus Sanders (Oisterwijk 5 april 1871-7 oktober 1947) zette na de eeuwwisseling met zijn vrouw Johanna Ph. Sanders-Schellen (Horst 1 februari 1882-Oisterwijk? 31 mei 1968) hotel De Zwaan voort, en lieten het in 1918 geheel nieuw restaureren. Zij beheerden tevens de uitspanning De Hondsberg. Toen Rozalia in november 1922 overleed ging de naam vrouwke Sanders over op haar schoondochter. Hotel De Zwaan werd na een verwoestende brand in augustus 1934 het jaar daarop grondig verbouwd door de Tilburgse architect Ruts, het hotel kreeg toen over de volle breedte een veranda. Haar oudste en ongehuwde zoon Matheus Josephus Marie (Mathijs) Sanders (Oisterwijk 25 maart 1870-25 december 1900) was vanaf 1898 logementhouder, na Kees van Opstal, van het Stationskoffiehuis aan de Dorpsstraat/Stationsstraat (daar was de sociëteit gevestigd, later hotel Wilhelmina en weer later Adriaen Poirters). Na zijn dood nam vrouwke Sanders het over. Nog later hield de RK Lederbewerkersbond er al haar vergaderingen. In de zaal van hotel Wilhelmina (gelagkamer) vonden de eerste opvoeringen plaats van de Vondelstukken van Huijbers en was De Kunstkring in de beginjaren gevestigd. De paardenstalling van hotel Wilhelmina werd in 1913 door de NCB aangekocht om een nieuw pand te bouwen: De Kunstkring. Hotel De Zwaan en Wilhelmina waren in het begin van de twintigste eeuw de enige hotels in Oisterwijk. Vrouwke Sanders overleed op 18 november 1922 te Oisterwijk. Hotel De Zwaan ging in januari 1939 over naar het echtpaar Hendrik en Anna Sophia Molenaar-Buser, dat oprichter, en tot 1936 exploitant, was van hotel De Mallejan te Vierhouten. |