Pitlo, Lambertus Rzn.

Lambertus Pitlo

Geboren Waterstraat 105 te Tiel als Lambartus Pitlo op 8 november 1865. Zoon van timmerman Remmit Pitlo (Tiel 13 januari 1829-14 februari 1892) en Petronella Gerarda de Blank (Tiel 18 juni 1830-24 december 1899). Hij huwde te Geervliet op 10 april 1890 met Hillegonda Petronella de Vries (Wijdenes 24 november 1866), met wie hij één dochter kreeg, die in 1917 in Oisterwijk in het huwelijk trad. Op 26 juli 1889 werd Lambertus Pitlo als assistent bij de posterijen te Geldermalsen overgeplaatst naar Winterswijk, waar in 1891 zijn dochter geboren werd. In 1906 was hij korte tijd postdirecteur in Nieuwendam, waar hij tevens president-kerkvoogd van de hervormde gemeente was. Eind 1906 ruilde hij met de directeur van het Oisterwijkse postkantoor D.J. Hofsommer van functie. Pitlo was directeur van het Oisterwijkse postkantoor van 16 december 1906 tot 15 mei 1922. Hij zorgde er in 1909 voor dat voor het postkantoor op de spie Kerkstraat-Hoogstraat een bloemenperk met een sierlijk ijzeren hek verscheen. Met Beekman en Zeijlmans-van Emmichoven stond hij in 1909 aan de wieg van het Oisterwijkse Departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Hij was bestuurslid van de Oisterwijkse Schoolvereniging. Begin mei 1922 vertrok Pitlo met zijn vrouw naar Den haag. Bij het uitbreken van de oorlog woonde Pitlo op het adres Wilhelminastraat 83 in Den Haag. Door de Haagse politie werd op 11 mei 1940 om 21:05 gemeld dat de Ontsmettingsdienst vanaf de Jan van Nassaustraat het lijk van een onbekende man, die achterin een personenauto had gezeten en door een kogel was getroffen, naar het ziekenhuis aan de Zuidwal had vervoerd. Het stoffelijk overschot bleek van Lambertus Pitlo te zijn. Waarschijnlijk in zijn functie van inspecteur der artillerie was hij onderweg naar de batterij luchtdoelartillerie die opgesteld stond op de hoek van de Jan van Nassaustraat en de Benoordenhoutseweg. In die straat werd regelmatig gepatrouilleerd vanwege verdekt opgestelde schutters (waarschijnlijk NSB’ers) en vanwege de dreiging van in de duinen gelande Duitse parachutisten. Op deze dag werd op het voertuig van Lambertus Pitlo klein kaliber vuur afgegeven omdat deze niet reageerde op een stopsignaal van eigen troepen en daardoor verdacht was. Zo kwam Pitlo op 11 mei 1940 om het leven. Hij werd op 15 mei 1940 begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag.