Peijnenburg, Gerardus![]() Geboren op 26 april 1869 te Boxtel als zoon van landbouwer Johannes Peijnenburg (Schijndel 2 augustus 1835-Boxtel 25 september 1901) en Hendrika de Kroon (Boxtel 16 juni 1837-20 juli 1878), afkomstig uit een landbouwersgezin. Hij huwde op 17 november 1898 te Oirschot met Johanna van Balsvoort (Liempde 19 september 1872-Oisterwijk 23 februari 1949) met wie hij tenminste zeven zonen en een dochter kreeg. Als landbouwer verrichtte hij onder Boxtel reeds in 1909-1910 verkopen van schaarhout, mijnhout en bomen nabij Boxtel. In Oisterwijk had Vereniging Natuurmonumenten tijdens de mobilisatie veel last van militairen die bomen kapten. Nauurmonumenten besloot een boswachter aan te stellen. Zo kwam Gerardus Peijnenburg op 17 oktober 1914 vanuit Boxtel in Oisterwijk wonen. Op 20 oktober 1914 trad hij in dienst getreden van de Vereniging Natuurmonumenten als eerste boswachter van Oisterwijk. Hij vestigde zich met zijn grote gezin in de nieuw gebouwde boswachterswoning. Hij was tevens onbezoldigd rijksveldwachter met opsporingsbevoegdheid. Hij kreeg een nieuw gebouwde boswachterswoning (architect Bernard Vriens, bouwers gebroeders Schonk). De gemeente wilde niet dat hij als bijverdienste een café mocht exploiteren omdat hij ook onbezoldigd rijksveldwachter was. Bij Natuurmonumenten kreeg hij slechts een aanstelling voor 80%. Daarom mocht zijn echtgenote zwak alcoholhoudende dranken schenken vanaf 22 mei 1915. Op 24 juli 1915 kreeg haar café ook een naam: De Venkraai, een door Jac. P. Thijsse bedachte naam (de Brabantse naam voor de zwarte stern, die daar vroeger voorkwam). Gerardus Peijnenburg overleed op 19 januari 1917 te Oisterwijk, na een lange 'ongesteldheid'. Tijdelijk werd arbeider Van Kerkoerle belast met het toezicht. Maar in 1919 was er een echte opvolger als boswachter: Antonius Moorman (Wehl 5 april 1880-Oisterwijk 9 januari 1940). Die was echter niet gelukkig met het plan van Natuurmonumenten om hem in te laten wonen bij de weduwe Peijnenburg. Hij ging in de kost bij de weduwe maar woonde en sliep op Groot Speijck (chalet). Na het overlijden van Gerardus Peijnenburg mocht zijn weduwe Venkraai blijven exploiteren. Maar toen ze in 1934 ziek werd, moest ze van Natuurmonumenten uitkijken naar een andere woning. In 1936-1937 hadden haar zoon Cees en zijn vrouw het plan om de exploitatie van Venkraai over te nemen, echter Natuurmonumenten maakte problemen. Cees Peijnenburg schreef 'als een striemende zweepslag' getroffen te zijn door de afwijzing door Natuurmonumenten. Eerder had Natuurmonumenten al duidelijk gemaakt dat ze hem ook niet als boswachter wilden. Uiteindelijk mochten twee zonen van Gerardus Peijnenburg toch boswachter worden. Zoon Cornelis Johannes (Cees) Peijnenburg (Boxtel 22 november 1904-Tilburg 24 augustus 1954) werd rond mei 1940 (na het overlijden van Moorman) benoemd tot houtvester en begin 1942 tot boswachter voor de Oisterwijkse bossen en vennen. Natuurmonumenten bleek namelijk heel moeilijk een RK-boswachter te kunnen vinden. En in het Brabantse was dat wel een voorwaarde van gemeentebesturen. Hij woonde in het chalet van Groot Speijck en was minstens tot in 1952 boswachter. Op 24 december 1943 had hij, evenals exploitant van Venkraai W. Klessens, van de Tilburgse Ortskommandant de aanzegging gekregen om uiterlijk 4 januari 1944 zijn woning in het bosgebied te verlaten in verband met de vestiging van een Duits munitiedepot. Boswachter Cees Peijnenburg zorgde er al vóór oktober 1945 voor dat op de plek van het munitiedepot weer bomen groeiden. Hij had Douglas, Prunus en Amerikaanse eik geplant. Een andere zoon van Gerardus Peijnenburg, Johannes Cornelis Peijnenburg (Boxtel 13 september 1902), was in oktober 1929 met echtgenote van Oisterwijk naar de Hoge Steenweg in Loon op Zand verhuisd, waar hij in het bevolkingsregister vermeld werd als onbezoldigd rijksveldwachter. Hij was als zodanig reeds benoemd op 8 februari 1926. Hij was boswachter van Natuurmonumenten voor de Loonse en Drunense Duinen tot minstens 1959. |