Ophoff, Ferdinand Hermanus

Geboren te Schiedam op 9 september 1824 als zoon van Theodorus (Dirk) Ophoff (Schiedam circa 1777-17 december 1830) en Adriana Dikkenberg (Schiedam circa januari 1780-6 april 1835). Hij huwde op 30 augustus 1852 te Den Bosch met Dimphina Carolina Augustina Maria Nuijts (Den Bosch 15 september 1829-31 januari 1913). Er zijn geen kinderen bekend uit dit huwelijk. Ophoff woonde eerst in Veghel maar was al in 1848 arts en verloskundige te Oisterwijk, wonende aan het Kerkeind. Op 3 november 1877 was hij 25 jaar gemeentearts. Hij had dienstboden en een koetsier in huis. In 1879 was hij nog altijd armendokter. Hij weigerde toen om mensen die in het RK Gasthuis opgenomen waren gratis te behandelen. In de periode 1855-1866 was hij raadslid. Bij de herstemming voor de gemeenteraad in augustus 1866 won hij nipt van J. A. Rijpperda (58-57), maar hij kon ingevolge de Gemeentewet niet benoemd worden omdat hij voor de gemeente belast was met de armenpraktijk en levering van geneesmiddelen tegen een jaarsalaris van fl. 150. Ophoff ging tegen het besluit van Gedeputeerde Staten in beroep bij de Raad van State (een armenpraktijk hebben mocht wel van de wet) maar verloor die procedure omdat gemeentegeld krijgen voor geneesmiddelen niet toegestaan was. Hij overleed te Best op 21 oktober 1899.