Litjens, Johannes Maria Petrus
Geboren te Deest op 16 juli 1886 als zoon van landbouwer (en wethouder te Druten) Johannes Christianus Litjens (Wanssum 29 mei 1844-Nijmegen [Sint-Canisiusziekenhuis]10 juli 1919) en Johanna Smits (Deest 11 mei 1851-19 maart 1915). Hij studeerde in de periode 8 januari 1900 tot 21 september 1904 aan het gymnasium Sint-Antonius van de paters franciscanen in de gemeente Megen Haren en Macharen, dat opleidde tot priester. Daarna verhuisde hij naar Sint-Michielsgestel om er te studeren aan het Hij werd priester gewijd in 1912 en vervolgens kapelaan te Sint-Michielsgestel. In maart 1920 volgde hij in Oisterwijk Huijbers als eerste kapelaan op. Hij zorgde er als hoofdredacteur voor dat het Kerkklokje volledig in handen kwam van de parochie Sint-Petrus Banden. Litjens keerde zich sterk tegen andersdendenkenden zoals gemeenteambtenaar Kuijsten en dokter Bloemink en tegen het lezen van neutrale kranten. Maar hij reageerde even fel op de in zijn ogen afvallige katholieken zoals Zoetmulder. Litjens was ook adviseur van voetbalclub Excelsior (ontstaan in 1918 uit Union), die echter op verzoek van de voetbalbond de naam veranderde in 'Oisterwijk', omdat elders al een voetbalclub Excelsior bestond. In april 1920 is Litjens Huijbers opgevolgd als voorzitter-moderator van de Katholieke Kunstkring, in 1921 slaagde hij erin de traditie van de openluchtspelen voort te zetten. Hij bemoeide zich met het huishoudonderwijs en de patronaten. Op 5 maart 1925 werd hij overgeplaatst naar Deurne. Enkele jaren later werd hij bouwpastoor in het Nijmeegse Waterkwartier, waar hij de Theresiakerk (1928-1929, gesloopt in 1993) van de grond tilde. Vanaf 1957 verbleef hij in het rusthuis van de Zusters van Barmhartigheid 'Sancta Maria', gevestigd in een villa in dorpje Hees bij Nijmegen. Hij overleed te Nijmegen (Sint-Canisiusziekenhuis) op 21 april 1966 en werd begraven in zijn geboortedorp Deest. |