Lange, Jacob de

Hij huwde met Sophia (Sijcke) Verster (Geertruidenberg 16 februari 1633-Oisterwijk 20 augustus 1690), een zus van secretaris der Vrijheid Oisterwijk Abraham Verster. Hij was tot 1672 predikant te Helvoirt. Vervolgens in 1673 predikant te Oisterwijk, als opvolger van Jodocus Willlichius, tot 1696 (emeritaat). Hij vond dat de gehuchten rond Oisterwijk/Haaren ook mee moesten betalen aan het onderhouden van de predikant. De Lange was vanaf juli 1674 rector van de latijnse school te Oisterwijk. De Lange was erg fel in zijn protesten tegen de aanstelling van 'paapse' schepenen en kerkmeesters. Dominee Jacob de Lange reed op 1 september 1686 met zijn vrouw en schoonzus naar Haaren om daar in de middag zijn preek van die ochtend te herhalen. Na afloop spande hij het paard weer voor zijn koets en op dat moment kwam de Oisterwijkse schoolmeester Geert van Hoogerlinden langs met een kerkboek onder de arm en groette vriendelijk. Meester Geert was protestant en was klaarblijkelijk in Haaren voor de tweede keer die dag naar de dienst geweest, want de dominee riep hem achterna dat hij een hypocriet was, een schijnheilige en een farizeeër. De meester had al elf jaar de school gedaan, en hij was behalve kerklid ook koster en zanger. Van Hoogerlinden groette nogmaals beleefd door zijn hoed af te nemen, maar nu ging ook de domineesvrouw schelden. Als ik sterker was, zei ze, zou ik van de kar afkomen en hem slaan. Toch was mevrouw De Lange geen viswijf. Zij was de zus van Abraham Verster, de Oisterwijkse secretaris. Wat er speelde weten we niet, maar tien jaar later hielp meester Geert de dominee met een aanvraag in Den Bosch om een eigen Oisterwijkse kerkenraad te krijgen, los van Haaren. Ook de presidentschepen van Oisterwijk, de lakenhandelaar Leonard van Eijs die op de Weijenberg woonde, ondertekende de aanvraag. Verder waren de schepen en chirurgijn Paulus Scholt, notaris Pieter de Gier, schepen Thomas Leur en dorpsadvocaat Pieter Gijsels medeondertekenaars. In 1697 wilde de classis Den Bosch vanwege de hoge leeftijd van Jacob de Lange een adjunct aanstellen voor Oisterwijk en Udenhout, waarvan Jacob de Lange toen predikant was. Zijn zoon Petrus de Lange volgde hem in 1697-1698 Oisterwijk op als adjunct predikant van Oisterwijk en Udenhout.