Iersel, Cornelis Johannes Gertrudis Joseph (Kees) van

Kees van Iersel

Geboren op 14 februari 1912 te Oisterwijk als zoon van leerlooier Petrus Cornelis van Iersel (Oisterwijk 29 mei 1880-Houten 7 november 1960) en Johanna Petronella Wilhelmina van Hoogstraten (Dreumel 6 april 1883-Oisterwijk 19 januari 1941). Kees was de oudste van tien kinderen. Hij huwde met de danseres en choreografe Riëmke van der Voort [Anna Riemskaja] (Scheveningen 1 juni 1911-Zandvoort 13 mei 1989). Samen met haar partner Kees van Iersel trad ze op 1 mei 1950 op tijdens de 1 mei meeting van de PvdA in Rotterdam. Ook werkte ze in de jaren vijftig met haar echtgenoot nauw samen als choreografe bij verschillende openluchtspelen. Op zijn tiende ging Kees van Iersel naar het internaat Sint-Nicolaas te Oss. De directeur frater Balduinus bracht hem de liefde tot de cultuur bij. Volgde in Waalwijk een opleiding tot leerlooier en speelde onbeduidende rolletjes in de Oisterwijkse Kunstkring. Toen hij negentien was, vroeg kapelaan Op de Coul van de Joannesparochie hem een toneelstuk te regisseren voor de katholieke jeugdvereniging, dat werd het begin van 'De Gezellen van Sint Genesius'. Een paar jaar later gingen vrouwen meespelen en de groep veranderde van naam: lekenspeltroep De Spieghel. De geestelijkheid bleef trouw, maar burgemeester en ander notabelen lagen dwars. Hij speelde ook stukken in de leerlooierij van zijn vader op De Lind. Met zijn ideeën kon Van Iersel in Tilburg terecht in 'De Oliemeulen' van Frans Siemer, priester-leraar aan de Katholieke Leergangen. Omdat hij in Oisterwijk werd tegengewerkt richtte hij in Tilburg het Brabants Volkstoneel op (1938). In 1939 voerden zij ‘Het Gezegende Land’ op geschreven door Luc van Hoek (naar aanleiding van het twaalfde eeuwfeest van Sint-Willibrord). De bisschop van Den Bosch Diepen verbood echter de gelovigen te gaan kijken omdat er gemengd gespeeld werd. Van Iersel vertrok naar Amsterdam, ging in 1939 naar de toneelschool en sloot zich aan bij het Amsterdams toneelgezelschap onder leiding van Van Dalsum. Keerde nog wel terug naar Brabant als regisseur van grote openluchtspelen (Jan Naaykens ‘Kruis en Ploeg’ uit 1946). Van 1953 tot 1955 zat hij in de artistieke leiding van de Arnhemse toneelgroep Theater. Daarna maakte hij vijf jaar lang furore als artistiek leider van de toneelwerkgroep Test en vervolgens van 1960 tot 1970 als artistiek leider van de toneelgroep Studio. Hij schokte het publiek in de jaren vijftig en zestig met absurdistische schrijvers als Samuel Beckett, Eugene Ionesco en Arthur Adamov. Bij Studio was in de voorstelling '0=0' voor het eerst naakt op het toneel te zien. In die tijd stimuleerde hij schrijvers als Koolhaas, Van Loggem, Rodenko, Polet en Schierbeek tot het schrijven van toneelstukken voor dit gezelschap. Ook de toneelloopbaan van Lodewijk de Boer begon op instigatie van Van Iersel. Naar aanleiding van artistieke meningsverschillen vertrok Van Iersel bij Studio. Landelijke bekendheid verkreeg hij door zijn regisseurschap bij de VARA (oa Merijntje Gijzen uit 1977). Hij overleed op 6 juli 1998 in Amsterdam.

Literatuur: Loek Zonneveld, ‘De man die met deuren sloeg’, De Groene Amsterdammer 15 juli 1998; Anne-Miek Poelmans, ‘De stoelentrein stond nooit meer stil …’, Brabantia (september 1991) 2-22.