Boenders, Franciscus Coenraad Marinus (Frans)

Geboren op 19 mei 1887 te Middelburg als zoon van boekhandelaar (daarvoor schoenmaker in het leger, apothekersknecht en colporteur) Franciscus Coenraad Marinus Boenders (Middelburg 6 juni 1831-Oegstgeest 17 juni 1908) en zijn vierde vrouw Catharina Thomassen (Middelburg 23 augustus 1848-Oss 15 maart 1935), dochter van een wijnkopersknecht. Vader was als weduwnaar driemaal hertrouwd. Opmerkelijk is dat vader in de jaren 1853-1855 tegelijkertijd met zijn zus en broer in de gevangenis van Middelburg doorbracht. Zijn veroordelingen hadden twee keer te maken met zijn intrede in het leger. In 1853 werd zijn vader veroordeeld wegens desertie en in 1855 wegens insubordinatie (een meerdere in rang een slag toebrengen). Overigens is het curieus dat het gevangenisregister bij godsdienst bij de toekomstige vader van dominee Frans Boenders RK vermeldt. De straf voor vader Boenders was overigens niet mals. De Middelburgsche Courant van 31 maart 1855 vermeldde dat Boenders sr. veroordeeld was door de krijgsraad wegens insubordinatie tot 'den straf des doods met den kogel'. Maar koning Willem III verleende gratie zodat Boenders sr. de doodstraf ingewisseld zag worden 'in dien van den kruiwagen voor den tijd van zeven jaren, met den daaraan verbonden vervallen verklaring van den militairen stand'. Zijn broer en zus werden in die periode opgesloten wegens diefstal. In 1885 maakte vader Boenders zich in de liberale kiesvereniging Middelburg sterk voor uitbreiding van het kiesrecht, hij noemde de liberale partij 'conservatief'. In 1895 begon zijn vader een broodbakkerij in Middelburg. De jonge Frans Boenders studeerde in periode 1900-1906 aan het gymnasium te Moiddelburg en vervolgens theologie en rechtswetenschappen (in rechten gepromoveerd in 1921) aan de universiteit van Leiden. Hij was van 1911 tot 1916 Nederlands Hervormd dominee in Brielsch-Nieuwland, Abbekerk (1914), in 1916 werd hij dominee in de krankzinnigenkolonie te Gheel (België). Deze kolonie was een uniek experiment in die tijd, waarin verstandelijk gehandicapten werkzaam waren bij de Gheelse bevolking. Er was in de kolonie een grote groep van honderden Nederlanders waarvoor Boenders tot in de jaren vijftig zorg zou dragen. Hij werd door de Belgische regering beneomd tot ridder in de in de Kroonorde van België. Vanaf 1922 tot 1934 was Boenders werkzaam als advocaat in Utrecht. Hij had zich aangesloten bij De Middaghoogte, een initiatief van dominee A.H. de Hartog (1869–1938), later hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, die met de vrijdenkersbeweging rondom De Dageraad, een openbare discussie wenste over het bestaan van God en het Christendom. Boenders debatteerde onder anderen met Jan Hoving, voorzitter van De Dageraad. Eind jaren twintig vervulde Boenders belangrijke functies in de Nederlandse vrijmetselarij. In 1929 was hij Groot Redenaar (woordvoerder) van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, voorzitter van de Nederlandse sectie van de Universele Vrijmetselaarsliga en tussen 1928 en 1930 begeleidde hij het zomerkamp van de Vereeniging van studeerende Kinderen van Vrijmetselaren. Hij woonde in 1930 in Utrecht en gaf toen lezingen (in Zaltbommel) voor de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen over ‘Geestelijke opvoeding van de jeugd’. Op 6 januari 1935 werd hij (weer) dominee, ditmaal te Oss. In de oorlogsjaren verschafte hij een joods echtpaar onderdak. Daardoor werd hij door de Duitsers van 12 augustus 1942 tot 24 juni 1943 vastgezet en opgesloten. Eerst zes weken in de Polizeigefängnis Haaren, daarna in Scheveningen (Oranjehotel). Tijdens zijn gevangenschap trad de Lithse predikant B.M. van Tongerloo op als consulent in Oss. Met kerst 1944 leidde Boenders de dienst in de gemeente Ravenstein. Boenders werd op 25 april 1948 benoemd tot dominee in Oisterwijk, als opvolger van H. Bax. Het werk in de snel groeiende gemeente Oss was hem op zijn zestigste te zwaar geworden. Hij was in 1951 het oudste lid van de Generale Synode van de Nederlands-Hervormde Kerk. Op 26 april 1953 ging hij met emeritaat en werd aangesteld als hulp-prediker in Budel. Boenders werd als dominee te Oisterwijk opgevolgd door Anthonie Horst. Hij overleed op 2 mei 1955 te Budel. Publicaties van Boenders: F.C.M. Boenders, ‘Een bijdrage tot de kerkgeschiedenis van het eiland Tholen in 1926’, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1926); Vrijmetselarij en Atheïsme (De Middaghoogte, Den Haag 1929); De maçonnieke geestesrichting en die van na den oorlog (Nederlandse Loge Anna Paulowna, Zaandam 1929); De religie in haar begin, beginsel en verdere ontwikkeling (Amsterdam 1929).