Moerman, Leendert
Geboren te Weesp op 14 maart 1899 als zoon van kistenmaker Gerrit Moerman (Diemen circa 1869) en Hiltje van der Zeep (Harlingen 5 september 1865). Hij huwde te Weesp op 8 juli 1920 met Louisa Johanna Rekers (Weesp circa 1897) met wie hij tenminste een dochter kreeg. De naam Moerman luidde oorspronkelijk Muhrmann omdat de familie uit Duitsland afkomstig was. Hij werkte als kassier en boekhouder bij de firma Adler en Oppenheimer in Amsterdam. Na 1928 werd hij hoofdboekhouder bij de Lederfabriek Oisterwijk, die in handen was van Adler en Oppenheimer (Almij). Samen met Jacob Gosselaar (secretaris tot 1939) richtte hij in augustus 1928 een voetbalclub op (SV Nevelo=NV Lederfabriek Oisterwijk) bestaande uit personeel van de Almij dat in dat jaar vanuit Amsterdam naar Oisterwijk was overgeplaatst. Ook fabrieksarbeiders werden gevraagd deel te nemen omdat het elftal anders niet over voldoende spelers kon beschikken. Al snel koos men voor officiële inschrijving bij de Brabantsche Voetbalbond om zo aan de competitie te kunnen deelnemen. Moerman was voorzitter van Nevelo van het moment van officiële oprichting (23 mei 1930) tot 8 september 1967. Hij werd toen als voorzitter opgevolgd door secretaris Theo van Veggel. Tot 1937 vervulde Moerman ook het penningmeesterschap van Nevelo. Andere bestuursleden waren in 1930 J. Snoeren en J. Suwijn. Een door Cees de Jong verzonnen naam voor Nevelo (Noeste Eenheid Voert Elkeen Langzaam Opwaarts) raakte ingeburgerd omdat de voetbalbond bedrijfsnamen niet toestond. Moerman was in 1934 ook penningmeester van de Oisterwijksche Bad- en Zwemvereeniging, waarvan Bastiaan de Bruin, eveneens werkzaam voor Almij, de voorzitter was. Samen met onder anderen De Bruin, Christ van der Aa (directeur Lederfabriek), onderwijzer C. Ennes, directeur gasfabriek H.L. Meijster en katholiek vakbondsbestuurder G. Horvers had Moerman in 1933 de visrechten voor het Van Esscheven van Natuurmonumenten gehuurd. In de oorlogsjaren was hij bestuurslid van de Oisterwijkse Schoolvereniging. In 1945 was hij nog steeds boekhouder-kassier van de Lederfabriek. Hij woonde tot in de jaren zestig Gemullehoekenweg 38 (voorheen D283). Hij overleed in 1976. |