Küller, Gijsbertus Petrus
Geboren te Loenen aan de Vecht op 28 juni 1881 als zoon van Jacobus Abraham Anthonie Küller (Utrecht 25 september 1849), directeur der posterijen, en Caroline Wilhelmine Jaeger (Coesfeld Westfalen 5 april 1850-Oisterwijk 27 mei 1927), fabrikantendochter. Zijn moeder hertrouwde als weduwe op 26 april 1894 met Frederik Arnold Holleman, precies twee jaar eerder was de weduwe Küller met haar zoon vanuit Venlo in Oisterwijk komen wonen. Gijs Küller huwde op 6 maart 1917 te New York met Elsa Grace Pickhardt (New York 27 januari 1890), die 'pharmacy' op Columbia University gestudeerd had. Gijs ronde in 1901 zijn HBS-B-studie af op de Rijks-HBS Willem II te Tilburg, waar hij in 1898 in de derde klas instroomde na een toelatingsexamen waaruit bleek dat zijn B-vaardigheden beter ontwikkeld waren dan zijn talen. Al vroeg voelde hij zich aangetrokken tot de technische studie en hij volgde met succes de opleiding tot werktuigkundig ingenieur aan de TH te Delft (hij vertrok op 14 december 1901 vanuit Oisterwijk naar Delft). Met een vriend deed hij proeven met een zweefvliegtuig in de buurt van Den Haag en aangelokt door enthousiaste verhalen vertrok hij naar Mourmelon. Daar op het militaire terrein Mourmelon-le-Grand nam hij vlieglessen. Hij kreeg begin 1910 een aanstelling bij de Franse Antoinette-fabriek als instructeur. Küller schafte zich hier vermoedelijk in de zomer van 1909 een Antoinette-eendekker aan. In augustus 1909 was hij de eerste Nederlander die een gemotoriseerde vlucht maakte. In het tijdschrift De Luchtvaart van 9 oktober 1909 staat dat Küller reeds 1 km in rechte lijn heeft gevlogen en dat hij begonnen is aan de wendingen. Met die bochten, zo verklaarde hij zelf tijdens een kort bezoek aan ons land, wilde het nog niet erg. Op 5 april 1910 behaalde hij zijn brevet. Na vijf maanden in dienst te zijn geweest als instructeur nam hij ontslag bij de Franse firma. Hij nam deel aan vliegdemonstraties en -wedstrijden, waar hij opviel doordat hij met harde wind nog opsteeg. Bij zijn collega's stond hij bekend als 'de Vliegende Hollander'. Tijdens de vliegwedstrijden van 27 november 1910 tegen Koolhoven en Wijnmalen op Soesterberg was hij de snelste met gemiddeld 77 km/uur. Op 30 november 1910 gaf hij een demonstratie boven de Molenheide (Gilze-Rijen) voor de Eerste Nederlandsche Vliegvereeniging en later bij de opening van de vliegterreinen Soesterberg en Ede. Een vriend van Küller was de Tilburger Adolf van den Bergh (1879-1956), mededirecteur van de BEKA-fabriek aan de St. Josephstraat en later de oprichter van de AaBe-fabriek. Adolf van den Bergh heeft het aangedurfd om als eerste Tilburger een rondvlucht boven de Molenheide te maken, op woensdag 30 november 1910. Küller vertrok gesponsord door Louis Bouwmeester jr. naar Nederlands-Indië, kwam daar op 7 maart 1911 aan en maakte er op 18 maart de eerste gemotoriseerde vlucht boven Soerabaja. Daarna vloog Küller nog in Semarang, Djokja, Medan, Brits-India, Batavia en Solo. Op 7 november 1911 vertrok hij weer terug naar Nederland. Onmiddellijk daarna bood hij zich bij de Turkse regering aan om het Turkse leger, dat nog geen vlieger kende, als aviatisch verkenner bij te staan bij de strijd om Tripoli (Libië). Pogingen van Küller om eind 1914 als instructeur-vlieger in dienst te komen van het Indische leger mislukten. Daarna stopte hij, enigszins gedesillusioneerd, met vliegen. Zijn laatste vlucht in 1915 was een weddenschap. Daarna vertrol hij enkele malen naar de Verenigde Staten. Hij woonde toen in Den Haag en Amsterdam. Op 24 augustus 1920 kwam hij met zijn vrouw vanuit Bloemendaal weer in Oisterwijk wonen. Ingenieur Küller liet een villa met portierswoning op de Gemullehoekenweg bij het Klompven bouwen (villa Maerweide, gebouwd op een terp waardoor er een kunstmatig vennetje voor de villa ontstond en rond 1948 verkocht aan schoenfabrikant Bart Puts die er een hotel op wilde laten bouwen, in 1968 bouwde Barts zoon Piet Puts er een bungalow op). Küller protesteerde in februari 1934 samen met andere niet-katholieken tegen de plannen van het Oisterwijkse gemeentebestuur om het gemengd zwemmen in het Staalbergven te verbieden. Rond die tijd heeft hij als beroep 'vossenkweeker'. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij op villa Dennehoef (Tilburgseweg Moergestel, eigendom van de familie Van den Bergh), waar op het landgoed ook onderduikers verbleven (waaronder een Engelse piloot). Küllers woning in Oisterwijk was door de Duitse bezetter in beslag genomen. Later zaten er 40 ingekwartierde Engelse bevrijders in, de villa is toen in de nacht van 24 op 25 januari 1945 volledig afgebrand. De Küllers gingen elders in Oisterwijk wonen en vertrokken in 1950 naar een bovenverdieping van café-restaurant De Zwarte Leeuw aan de Rijksweg te Helvoirt. Toen hij in 1951 zeventig jaar werd kwamen er als eerbetoon vliegtuigen over Helvoirt en Oisterwijk. Küller overleed in 1959. In 1973 werd in Oisterwijk een straat naar hem vernoemd. |