Jonge van Zwijnsbergen, Johan Adolf de

handtekening JA de Jonge van Zwijnsbergen

Geboren op 25 april 1860 te Helvoirt als zoon van jonkheer mr. Joan de Jonge van Zwijnsbergen (Helvoirt 12 november 1821-26 augustus 1881), jagermeester en kamerheer des Konings i.b.d., en Susanne Civile Sophie Baronesse van Hardenbroek (Driebergn 26 januari 1826-Burtscheid bij Aken 12 juli 1886). Hij huwde op 6 maart 1884 in Arnhem met Madeleine Marie des Tombe (Velp 15 april 1862-Baarn 9 juni 1945), met wie hij drie zonen en een dochter kreeg. De Jonge van Zwijnsbergen groeide op op het landgoed MariŽnhof te Helvoirt gelegen aan de rijksweg Den Bosch-Breda. Het landgoed was in het bezit geweest van de familie Des Tombes (ontvanger der gemeente Helvoirt) en kwam later in handen van de familie De Jonge van Zwijnsbergen (zijn opa Marinus B.W. was burgemeester van Helvoirt) en de familie Van Hardenbroek (familoie van zijn moeder). Zijn vader Joan de Jonge van Zwijnsbergen werd via zijn vrouw eigenaar van het landgoed. Na hun huwelijk woonden Johan Adolf en Madeleine Marie op het landgoed (1886-1887). In 1888 werd MariŽnhof verkocht en is de familie De Jonge van Zwijnsbergen naar Oisterwijk verhuisd, waar Madeleine Marie des Tombe het huis Nieuwerhoek (gebouwd door P.H.J. Wellenbergh, nu De Lind 54) kocht. Tot ongeveer 1918 stond zij als eigenaresse te boek, maar het paar heeft zich nooit ingeschreven in het bevolkingsregister van Oisterwijk. Daarentegen stonden ze in 1890 wel ingeschreven in het bevolkingsregister van Helvoirt. Ze huisden wel degelijk in het pand Nieuwerhoek, want in 1889 en 1891 werden hun twee jongste zonen geboren in Oisterwijk, waarbij de geboorteakten vermeldden dat de ouders aan het Lindeind woonden. Nog een bewijs dat het paar in Oisterwijk woonde, is de krant uit 1898 waarin vermeld wordt dat de Oisterwijker De Jonge van Zwijnsbergen met notaris Breda en fabrikant Frits Holleman tot de hoogst aangeslagenen behoorden voor de rijksbelastingen. Het huis werd in 1898 verhuurd en in 1899 werden er rijtuigen en meubilair verkocht. Mogelijk bewoonde dokter Bloemink, die rond 1918 eigenaar werd, het pand reeds vanaf 1908. Johan Adolf was rond 1875-1876 leerling aan het gymnasium in Den Bosch. De familie was protestant. Johan Adolf had in Oisterwijk contact met de protestantse kantonrechter De Balbian Verster, bij diens 70ste verjaardag (1900) tekenden Johan Adolf en zijn vrouw het gedenkblad, notaris I.C.M. Breda en rijksontvanger J.A. Rijpperda. In 1901 was De Jonge van Zwijnsbergen lid van de toen nog zeer elitaire ANWB en droeg hij een mej. Locker de Bruine uit Oisterwijk voor als lid. Het gezin woonde in 1916-1918 te Culemborg. Hij was rentmeester van het kroondomein (tenminste vanaf 1915), rentmeester-generaal Ridderlijke Duitse Orde Balije van Utrecht (tot en met 1929), kamerheer i.b.d. van H.M. Koningin Wilhelmina vanaf 1 april 1919 (in die functie werkte hij voor koningin-moeder Emma tot haar overlijden in 1934, daarna werd hij ingezet als kamerheer voor prinses Juliana), intendant paleis en domein Soestdijk. Hij woonde op Soestdijk. In 1944 vierde het echtpaar De Jonge van Zwijnsbergen-des Tombe op Soestdijk hun zestigjarig huwelijksfeest, de koninklijke familie verbleef toen vanwege de oorlog in het buitenland. Een jaar later, op 29 maart 1945, overleed jonkheer Johan Adolf de Jonge van Zwijnsbergen op Soestdijk, hij werd begraven te Baarn op 31 maart 1945.