Hueber, Charles Léon
Hueber kwam van Lingolsheim, een agrarisch plaatsje uit de Elzas dat na de Frans-Duitse oorlog in 1871 Duits gebied werd. De firma Adler en Oppenheimer vestigde er daarna een lederfabriek waardoor het plaatsje geïndustrialiseerd werd. Na de Eerste Wereldoorlog werd Lingolsheim weer Frans en werd het bedrijf van Adler en Oppenheimer door de Franse regering in beslag genomen. Adler en Oppenheimer startten een handelshuis in Amsterdam (1919) en die firma, de Amsterdamsche Leder Maatschappij NV (Almij), nam in 1920 de Lederfabriek Oisterwijk over. Hueber werd in 1932 bedrijfsleider van de Lederfabriek Oisterwijk. Hij was gehuwd en had tenminste twee zonen. Zijn kinderen – katholiek- gingen tot onvrede van kapelaan Litjens naar de neutrale Oisterwijkse School Vereeniging. Op 30 mei 1932 pachtten tien heren waaronder Charles Hueber en Chr. van der Aa het visrecht van het Esscheven en Witven van Natuurmonumenten voor 100 gulden per jaar. Hueber ging in 1939 met pensioen, en werd opgevolgd door zoon August Emil (Lingolsheim/Frankrijk 10 juni 1910), die sinds 1935 voor de firma werkzaam was. Na zijn pensioen vertrok Hueber naar Zwtserland waar hij in 1951 stierf in Castagnola bij Lugano. Zijn zoon en opvolger August Emil vertrok op 1 juli 1977 eveneens naar Zwitserland. |