Felix, Nicolaas

Nicolaas Felix

Geboren op 31 december 1847 in Ruwiel (Utrecht) als zoon van Adrianus Felix (Mijdrecht 23 februari 1820-Rosmalen 21 maart 1895) en Catharina Geertruida de la Bije. (Den Haag 19 juli 1816-Oisterwijk 9 mei 1892). Hij huwde te Utrecht op 27 juli 1876 met de vier jaar jongere Christina Maria Breitenstein (Utrecht 30 okotber 1854-Engwirden 6 oktober 1909) waarmee hij tenminste tien kinderen kreeg. Als weduwnaar trouwde hij vervolgens op 23 juli 1912 in Baarn met de vijftigjarige Trijntje Bakker (Zaandam 1862-Heerenveen 27 oktober 1932). Hij was Nederlands Hervormd en werd 'instituteur' in Nijkerk, Elburg en Oisterwijk. Op de leeftijd van 25 jaar (dus rond 1873) werd hij benoemd tot hoofd van de dag- en kostschool te Nijkerk. Drie jaar later volgde een benoeming tot directeur van het Instituut Kinsbergen te Elburg met het daaraan verbonden pro-gymnasium. In 1883 werd hij leraar geschiedenis en Nederlandse taal en letterkunde aan de Militaire Academie in Breda. Maar zijn aangeboren onafhanekelijkheidszin deed hem een jaar later de betrekking al weer opzeggen. Hij kwam naar Oisterwijk op 5 mei 1884 (Lindeind nrs. 244 en 176). Hij werd er directeur van het Instituut tot opleiding van Cadetten en Adelborsten, oftewel Frans kostschoolhouder aan De Lind. De leerlingen werden klaargestoomd voor de militaire academie of de handel. In 1886 werd hij lid van de Kerkeraad van de NH Gemeente, in 1892 diaken en in 1899 ouderling. Een tekening van Felix (zijn achterzijde) is vervaardigd door De Balbian Verster. Felix vertrok op 5 november 1900 naar Haskerland. Van 4 november 1900 tot en met 1920 was hij schoolopziener van het arrondissement Lemmer. De nieuwe onderwijswet van 1 januari 1921 maakte aan het schoolopzienerschap een einde. Hij was in Heerenveen lid van de commissie van toezicht op het middelbaar onderwijs. Hij maakte deel uit van de examencommissies voor de hoofdakte en gewone lagere akte in de vakken Nederlands en Geschiedenis, was een jaar voor zijn overlijden nog invaller-gecommitteerde aan HBS te Heerenveen. Was tevens lid van het bestuur van de ambachtsschool en het Nutsdepartement in Heerenveen, voor die laatste instelling trad hij meerdere malen als spreker op. Felix overleed in Nijehaske op 9 januari 1926.