Eerden, Josephus Cornelis Maria (Sjef) van der

Sjef van der Eerden

Geboren op 30 augustus 1907 te Oisterwijk als zoon van slager Johannes Josephus van der Eerden (Oisterwijk 21 maart 1875-13 augustus 1952) en Adriana Maria Josepha Canters (Oisterwijk 24 maart 1881-14 juli 1975), dochter van de oud-burgemeester A.M. Canters. Hij huwde in 1942 met Cornelia Johanna Maria (Cor) Vriens (Sloten 4 juli 1912-Oisterwijk 23 februari 2005), dochter van Sjef Vriens, die café De Gouden Leeuw exploiteerde. Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren. Sjef van der Eerden ging naar De Ruwenberg in Sint-Michielsgestel en daarna naar het lyceum in Roosendaal. Omdat hij veel talent had voor muziek, een erfenis van zijn moeder die een goede pianiste was, ging hij studeren aan de RK school voor kerkmuziek in Utrecht, waar hij zich specialiseerde in koormuziek. Het Oisterwijkse Zang en Vriendschap had hem van 1931 tot 1935 als dirigent. Hij gaf ook leiding aan het kathedrale koor van de Catharijne kerk te Utrecht, waar hij samenwerkte met musicus Hendrik Andriessen. In 1937 werd hij docent aan de kerkmuziekschool. In 1941 hielp hij in Utrecht mee aan de verspreiding van een illegale brief van de bisschop van Münster gericht tegen Hitler. Het kwam hem op twee maanden cel te staan. In 1972 verhuisde hij weer naar Oisterwijk, waar hij woonde in een houten huis aan de Bosweg, dat in het begin van de twintigste eeuw had gediend als directiekeet van Rijkswaterstaat bij een inpolderingsproject in het noorden van het land. Hij componeerde in 1933 het Oisterwijkse volkslied, de tekst was van zijn moeder. De KRO zond enkele missen van Diepenbrock uit in de directie van Sjef van der Eerden. Hij was drager van de eremedaille van de Gregoriusvereniging. Hij overleed op 1 mei 1997 te Oisterwijk en werd op 5 mei begraven op het Joanneskerkhof.

Literatuur: ‘Ter herinnering aan Sjef van der Eerden. Componist van het Oisterwijkse volkslied’, Nieuwsklok, 7 mei 1997; A. Vernooij, ‘In memoriam Sjef van der Eerden’, Gregoriusblad 121 (1997) 67.