Brederode, Adriana van

Dochter van Reinier van Brederode, zij erfde kasteel Durendaal en huwde eerst met Hendrik van Merode, heer van Oirschot en vervolgens in 1593 met Hendrick de RiviŤre, heer van Iseren, Smayenburg en Schoonenberch, kapitein der lanciers ten dienste van de koning van Spanje. Zij woonden 1602 en 1605 daadwerkelijk in Oisterwijk. Hendricks dochter Lucretia werd als natuurlijke dochter op het kasteel opgevoed en huwde te Oisterwijk op 25 maart 1621 met Roeloff Beyharts, Lucretia overleed op 21 juli 1679. Adriana van Brederode stierf kinderloos op 24 augustus 1619, haar tweede echtgenoot op 26 december 1621. Beiden lagen begraven in de kerk van Oisterwijk voor het hoogaltaar, dat ze geschonken hebben, onder een verheven tombe van zwart marme, waarop zij in geknielde houding waren afgebeeld. Het schepenprotocol van 2 okotber 1619 vermeldt echter dat Adriana begraven wilde worden in de kerk van het Oisterwijkse klooster. Haar nicht Catharina van Brederode erfde Durendaal: 'thuys van Durendael gestaen onder Oisterwijck het nederhoff schuer stallingen ende huysen daerop staende metten cingel ende hoff daerbij gelegen, theyvelt onder den ploech gebracht met het ongebroken heyvelt; de weyde voirden selven huyse comende aenden gem. dijck; omette weyden off hoybeemden gent Zeuverick gelegen achter den huyse, niettegenstaande ons die niet geheel toebehoren maar ook de heer van Cloetingen daarin gerechtigd is'. Durendael was door Adriana van Brederode en haar man 'opgetimmerd' en de percelen waren aanzienlijk uitgebreid. Ook hadden Adriana en haar man bij het kerkhof een huis laten bouwen waarin permanent twee oude arme vrouwen zouden kunnen wonen.

Literatuur: G.H.J. Nouwens, 'Durendael', Het Brabants Kasteel 9 (1987) 33-78.

Met dank aan Frans Goris voor aanvullingen uit schepenprotocol Oisterwijk.