Boer, Johanna van den

Johanna van den Boer

Geboren te Oisterwijk op 18 november 1824 als dochter van herbergier Jan van den Boer (Boxtel 29 september 1793-Oisterwijk 3 mei 1832) en Maria Anna van der Horst (Oisterwijk 5 januari 1794-9 juni 1873). Haar ouders bezaten cafť De Prins van Oranje aan de noordzijde van de Kerkstraat dicht bij de kerk. Johanna huwde op 9 november 1857 te Oisterwijk met hoefsmid Martinus van Iersel (Tilburg 1 oktober 1812-Oisterwijk 27 februari 1886), weduwnaar met vijf kinderen van Adriana van Arendonk, met wie Johanna vervolgens vijf zonen en twee dochters kreeg. Zij dreef minstens vanaf 1865 een herberg (De Nederlander) op de hoek van De Lind en de Stationsstraat, aan de achterzijde was de hoefsmederij. Ook had ze een zeephandel en vanaf 1888 een schoenfabriek. In 1903 kocht zij de naastgelegen looierij en schoenfabriek van Johannes Petrus van Arendonk op de Lind, waar haar zonen Petrus Antonius (Oisterwijk 18 augustus 1863) en Gerardus Wilhelmus (Oisterwijk 9 augustus 1867) een schoenfabriek vestigden onder de naam Stoomschoenfabriek Wed. M. van Iersel. Op 6 juni 1918 vertrok zij naar Son om echter op 3 september 1918 al weer terug te keren in Oisterwijk. Zij overleed te Oisterwijk op 20 februari 1919. De herberg werd voortgezet door haar zoon Martinus Johannes van Iersel (Oisterwijk 13 september 1872). Hotel De Nederlander bleef een begrip in Oisterwijk,het gilde Sint-Sebastiaan was er thuis en in de jaren dertig van de twintigste eeuw was het een van de eerste gelegenheden met een eigen garage voor auto’s van gasten. Omstreeks 1972 werd het hotel-cafť gesloopt en kwam er een bank (ING). Vanaf 1918 kwam de nastgelegen schoenfabriek in andere handen: J.P. de BrŻle & Co, Paijmans (1927), Heimans en Meeuwis (1948). Nadat de schoenfabriek was afgebroken, werd op het braakliggende terrein de HEMA gevestigd.