Berkelmans, Gerardus Johannes (Graadje)

handtekening GJ Berkelmans

Geboren te Oisterwijk op 24 oktober 1867 als zoon van leerlooier Franciscus Berkelmans (Dongen 21 september 1818-Oisterwijk 31 augustus 1896) en Adriana van Haaren (Oisterwijk 25 juni 1838-5 april 1909), dochter van een broodbakker. Graadje Berkelmans huwde op 26 augustus 1902 te Oisterwijk met Maria Johanna Godefrida Petronella Canters (Oisterwijk 1 augustus 1872-3 mei 1938), afkomstig uit een familie van leerlooiers, met wie hij vier zonen en een dochter kreeg. Zijn opa Francis Berkelmans (Helvoirt 6 februari 1781-Oisterwijk 7 augustus 1834) was looier in Dongen maar nam in 1825 een looierij in Oisterwijk over van Jan Francis van den Biggelaar, met twee kleine looikuipen en een nathuis. Na de dood van opa Francis Berkelmans werd de looierij voortgezet door zijn weduwe Johanna Cornelia van Gorcum en vervolgens door zijn oudste zoon (en Graadjes vader) Franciscus en jongste zoon Adrianus (Oisterwijk 5 oktober 1832-20 december 1917) onder de firmanaam F&A Berkelmans. De firma deed ook in schoenen. Graadje Berkelmans is in 1890 begonnen als zelfstandig schoenmaker. Na de dood van zijn vader zette hij op 16 november 1897 de vennootschap F. en A. Berkelmans voort, samen met zijn moeder, zijn oom Adrianus, zijn broers Franciscus Gerardus (Oisterwijk 16 april 1864-4 juli 1931), Adrianus Johannes (Oisterwijk 24 juni 1871-24 augustus 1931) en zijn zussen Gerdina Cornelia (Oisterwijk 21 oktober 1866-Sint-Oedenrode 12 december 1923) en Johanna Cornelia (Oisterwijk 16 juni 1873). Het betrof inmiddels 'een handel in manufacturen en koloniale waren en verder in huiden, schoenen, laarzen, benevens tot de uitoefening der leerlooierij en schoenmakerij'. Bij zijn huwelijk stond Graadje als leerlooier vermeld, zijn broers als schoenfabrikanten. In 1909 werd hij door de vakbonden als een humaan en geliefd patroon omschreven. Begin 1911 voerde hij een werkweek van tien-en-half uur in. In 1915 verhoogde hij tot tweemaal toe de lonen op zijn leerlooierij. Op 8 mei 1917 verhuisde hij met zijn gezin naar Berkel-Enschot (C30b). Graadje Berkelmans overleed op 17 augustus 1920 te Berkel-Enschot. Zijn oudste zoon Franciscus Martinus Berkelmans (Oisterwijk 23 mei 1903-Nieuwkoop 4 november 1971), reeds boekhouder bij de firma, zette de schoenfabriek voort. In deTweede Wereldoorlog besloot het Rijksbureau voor Huiden en Leder dat het schoenbedrijf mocht doorwerken, de productie richtte zich voornamelijk op werk- en militaire schoenen. De fabriek voorzag na de oorlog in de schoeiselvoorziening van het Nederlands leger en van de troepen in Nederlands-Indië. In de jaren zestig werkten er meer dan 300 personeelsleden, 40% van de productie bestond uit jongensschoenen. In de aanpalende Tee-Vee fabriek werden pantoffels gemaakt. In 1960 brandde een opslaghal af. Berkelmans schoenfabriek sloot in februari 1975 de poort.