Balbian Verster, Mr. Abraham Henricus de

AH de Balbian Verster

Geboren te Amsterdam op 10 mei 1830 als zoon van ambtenaar Jan Francois Leopold Verster (Den Bosch 14 november 1788-26 december 1874) en Helena Catharina Elisabeth van Limburg Brouwer (Amsterdam 18 september 1796-Den Bosch 23 januari 1840). Hij huwde op 1 juli 1859 te Oisterwijk met Igminia Ignatia Rypperda (Oisterwijk 3 november 1831-Oisterwijk 17 augustus 1873, dochter van Jan Rijpperda), met wie hij een zoon kreeg, en op 9 september 1880 te Leiden met Charlotte Henriette Agathe ten Siethoff (Soerabaya 6 mei 1839-Oisterwijk 17 december 1894), met wie hij een dochter kreeg. Hij stamt uit een oud Bossch regentengeslacht (al sedert de inname van Frederik Hendrik van Den Bosch in 1629). Verster studeerde in Leiden waar hij in 1855 promoveerde in de rechtsgeleerdheid. Vestigde zich als advocaat in Den Bosch, tot hij op 24 september 1858 werd beŽdigd als kantonrechter in Boxtel. In 1871 werd hij kantonrechter te Tilburg, maar kreeg toestemming om zich in Oisterwijk te vestigen. Hij woonde van 1871-1915 in het pand De Drye Swaentjes aan De Lind. Hij was rond 1880 rentmeester over de goederen van de familie Van Swinderen te Oisterwijk (o.a. bossen- en vennengebied). Was ouderling in de Hervormde Gemeente en betrokken bij de stichting van de IsraŽlitische begraafplaats te Oisterwijk. Hij was proost van Illustere Lieve Vrouwe Broederschap te ’s-Hertogenbosch. In 1886 zamelde hij met andere Oisterwijkers geld in voor de Liberale Unie. Tevens was hij voorzitter van de Oisterwijksche Schoolvereeniging (OSV) tot 1908, en tot 1913 bestuurslid van de OSV. Hij leverde historische bijdragen aan de tijdschriften Tijdspiegel en De Oude Tijd. Ook publiceerde hij op jonge leeftijd belletristische werken onder het pseudoniem A. Haves. Onder eigen naam publiceerde hij De familie van Ulvenhout en werkte hij mee aan het tijdschriften Nederland en Leeskabinet. Hij vertaalde buitenlandse werken. In zijn vrije tijd maakte hij schetsen van diverse Oisterwijkers rond 1900. Rond zijn zeventigste verjaardag werd hij ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Toevoeging De Balbian aan familienaam bij KB 17 november 1880. Op 24 september 1908 was hij vijftig jaar kantonrechter en ook de oudste kantonrechter van Nederland. Hij overleed te Oisterwijk op 12 december 1915.

Literatuur: A.M. van der Lely-Everts, ‘De familie Verster’, in De Kleine Meijerij 26 (1975) 1-6.